Slootbewoners

Behalve grensbewoners zijn er ook slootbewoners. Na een lange tijd van ‘microscopische inactiviteit’ heb ik het apparaat weer uitgepakt. Het eerste organisme dat ik zag was een ‘Rotifera vulgaris’, zie hieronder:

Rotifer vulgaris

Het watermonster (niet dubbel opvatten) kwam uit mijn vijvertje. Ik kwam dit diertje later ook tegen op vochtig mos uit het grasveld. Het is een veel voorkomend diertje. Dit zou een mannetje kunnen zijn, de (volwassen) vrouwtjes zijn aanmerkelijk groter. Die hebben ook geen mannetjes nodig voor de voortplanting, dat kunnen ze alleen. Allemaal dochters.

Heeder Geschiedenis – Hermann Abels

Hermann Abels is dé bekende burger van Heede. Hij heeft een beeld in het centrum en er is een straat naar hem vernoemd. Het werd geboren op 13.11.1855 in Heede, hij stierf op 9.6.1982 in Paderborn. Hij was de zoon van een boer, deed Gymnasium in Meppen, studeerde klassieke filologie , Germanistiek en Geschiedenis aan de universiteit van Münster. Hij was leraar aan het Gymnasium in Lingen en Emden. Veel reizen dus. Wegens ziekte stopte hij daarmee en werd redacteur bij de ‘Westfälische Kurier’ in Münster. Er volgeden nog meer banen, uiteindelijk werd hij in 1892 chefredacteur van het Westfälichen Volksblatt in Paderborn. Dit werd zijn definitieve baan. Daarnaast hield hij zich bezig met ‘Heimatforschung’. Dat is tamelijk populair hier. Hij hield zich met name met het Emsland bezig. Hij schreef ‘De Christianisering van het Emsland’ en ‘Onderzoek naar de Plaatsnamen in het Emsland’. Hij behoort daarmee tot de grote namen van het geschiedenis onderzoek van het Emsland. Zijn privéleven was triest. Hij maakte het overlijden van al zijn 6 kinderen en zijn vrouw mee.

(Bron: https://www.heede-ems.de)

Heeder Geschiedenis: burgemeester Connemann

Op 17 april 1945 lag Heede zo ongeveer in de frontlijn. Een aantal geallieerde soldaten kwam bij Connemann om de overgave van Heede te eisen. Om het dorp voor vernietiging en geweld te sparen, ging Connemann daar op in. Op 18 april werd hij uit huis gehaald door 3 Duitse militairen in camouflagepak. Heede zou weer in Duitse handen zijn. Hij moest mee en werd de volgende dag dood gevonden met 2 kogelgaten in het lichaam. Hij werd begraven naast de Petruskerk. Hoewel er wel een onderzoek is gestart, is de moord nooit opgelost. Aan de Burg. Connemannweg staat een monument ter zijner gedachtenis.

Hermann Connemann, Bürgermeister von Heede 1926-1945. Er gab für die Gemeinde am 18.04.1945 das Leben.
Hermann Connemann, geb 24.01.1894 in Heede wurde von fanatischen deutschen Soldaten erschossen weil er Heede vor Tod und Zerstörung bewahren wollte.

Bron: www.heede-ems.de

Großsteingrab Sprockhoff nr 828

Coördinaten: 52.877470, 7.588130
MAPcode: 45RR.YCV

Dit Großsteingrab is geen onderdeel van de Straße der Megalithkultur.  Het is lastig te vinden, er loopt ook geen weg naar toe. Via een zandweggetje kom je in de buurt, daarna moet je over de akker lopen. Het graf is een rommeltje, er liggen stenen, maar er is weinig structuur meer. Het lijkt ook een hangplek te zijn, sporen van kampvuurtjes. De foto’s die ik gemaakt heb tonen weer aan dat je hunebedden het best in de winter kunt doen. Minder vlekken van bladeren in de zon.

 

 

Sprockhoff 828

Retraite Oktober 2021

Dit weekeinde in retraite geweest in Thuine, het Franciscanessenklooster aldaar. Dit wordt jaarlijks georganiseerd door het Bisdom Groningen-Friesland. Daar hoort ook een thema bij, in dit geval de verhalen over Franciscus van Assisi. Verhalen die mede gevormd worden door de kritiek er op, wat men graag wil horen, beïnvloed door andere verhalen. Je zou zeggen: ‘niets is wat het lijkt, als je maar goed luistert en kijkt’. Die principes kun je ook toepassen op Bijbelverhalen. Interessant, goede boektitels om te lezen opgedaan. Maar ook rust en stilte. En ja, ook hier was ‘Corona’ een hinderlijke, overal aanwezige stoorfactor.

Informatie over de Christus-Koning-Kerk en het klooster vind je HIER.

Heeder geschiedenis: Het begin

De naam Heede komt oorspronkelijk van “Heda” en is waarschijnlijk een samengesteld Nederduits woord van “Hed” = heide en “A” = water, wat “Heidedorp aan het Water” zou kunnen betekenen. Heede (toen ” Heithe “) wordt voor het eerst genoemd in 1177 toen Edelman Sigwin het leengoed Heithe aan de bisschop van Münster schonk.
De stichting van het dorp valt waarschijnlijk in de tijd dat St. Liudger (791) bisschop was in Münster. Tijdens zijn ambtsperiode zou hij het gebied rond Heede tot 801 verschillende keren hebben bezocht, de ‘Hof zu Heede’ hebben gekocht en een kapel hebben laten bouwen op het terrein waar nu de oude Petruskirche staat. Dit wordt ook gesuggereerd door een inscriptie op de oude plaquette die nog steeds te vinden is in de toren van de Petruskirche.

Een deel van zijn eigendom, waaronder waarschijnlijk het landgoed Heede, werd door St. Liudger nagelaten aan het bisdom Münster. In de daaropvolgende jaren waren er verschillende eigenaren, tot aan het einde van de 14e eeuw het landgoed overging naar de familie Oltman, die later de naam van ‘Heede’ aannam. Het ontstaan ​​van het dorp Heede en de latere ontwikkeling zijn nauw verwant met de twee ridderzetels: Heede en Schärpenburg. Op 16 oktober 1467 werd het landgoed Heede verworven door de twee broers Coep en Wermolt van Heede. Zij verdeelden het in twee landgoederen: het aandeel van de jongste broer Wermolt was Haus Heede (kapel aan het hof, omliggend land).

De ridderstoel in Heede was ongeveer waar het rusthuis “Maria Regina” van het moederhuis Thuine nu staat en gaat terug tot de bovengenoemde oprichting van St. Ludger. Coep bouwde op zijn eigen deel een appartement, het latere ‘Gut Schärpenburg’. Dit bestond uit een herenhuis , Schuren, keuken en appelboomgaarden die door enten waren omgeven. De 1000 jaar oude lindeboom zou de kasteellinde van het voormalige Schärpenburg zijn geweest. Nadat beide landgoederen bijna twee eeuwen lang groeiden en bloeiden (bijvoorbeeld Wermolt herbouwde met zijn vrouw de Petruskirche), hadden hongersnood en oorlogen hen zwaar getroffen. In 1673 werd de Schärpenburg bijna volledig verwoest, het Heede-huis naast de kerk werd rond 1855 afgebroken. De ‘Burgplatz’ met de 1000 jaar oude lindeboom werd in 1972 over in openbaar bezit.

Op het wapen van Heede staat de 1000 jaar oude lindeboom, linksonder de zogenaamde Sint-Petrussleutel als symbool van de parochie en rechtsonder een aar als symbool van het belang van landbouw voor het dorp. De verdeling van de gebieden tussen de twee broers Coep en Wermolt van Heede in 1467 heeft geleid tot het ontstaan van interessante plaatsen die nog steeds te zien zijn.

Großsteingrab 3B ‘Darpvenner Steine I’ (Sprockhoff 900)

De stenen ruimte van de „Darpvenner Stenen l“ is met een omvang van 15,5 bij 1,5 meter een zeer indrukwekkend verschijnsel. De wandstenen zijn vrijwel volledig behouden gebleven en de enige deksteen die nog op de stenen rust (oorspronkelijk waren het er tien) maakt het makkelijker voor te stellen wat voor een imposante werking dit megalietengraf moet hebben gehad. Op de weg hier naartoe komt de bezoeker aanwijzingen naar de “Hünenburg” tegen – deze aanduiding geeft de hoge concentratie aan graven uit het stenen tijdperk in het gebied Schwagstorf aan.

Ganggraven in het Osnabrücker Land

Niet alleen in deze regio zijn de graven zo ruim vertegenwoordigd; in heel Europa zijn rijen stenen, stenen kisten en tempels uit grote stenen gebouwd. De Noord-Duitse megalietgraven zijn bijna uitsluitend in de vroege steentijd, tussen 3500 en 2800 v. Chr., gebouwd. De kern van het bouwwerk is de gelijkvloerse grafruimte. Deze bestaat uit losse, naast elkaar geplaatste ‘jukken(een ‘juk’ = twee draagstenen en één deksteen) en de sluitstenen aan de smalle kanten. De tussenruimtes werden opgevuld met metselwerk uit kleinere rolkeien. De bodem van de grafruimte bestond uit een laagje vlakke stenen. In de door heel Osnabrücker Land gelegen graven zijn korte gangen aangetroffen, die met behulp van zwerfkeien gebouwd zijn. Jammer genoeg is hiervan weinig overgebleven, dit komt met name door de voormalige aardophogingen en de vele aangelegde zettingen rondom de grafruimtes.

Lees verder

Großsteingrab 2 Jeggen (Sprockhoff: nr 922)

Großsteingrab 2 Jeggen

Großsteingrab 2 Jeggen Het hunebed Jeggen behoort, dankzij de imposante grootte van de zwerfkeien en de van veraf zichtbare ligging in de open veldvlakte tot de meeste bezochte steengraven in net Osnabrücker Land. Al in 1895 werden zij door het toenmalige provinciebestuur opgekocht. Sindsdien is de verzorging en inrichting van deze plek in handen van een aantal vrijwilligers uit Jeggen en de naastgelegen gemeenten. De meeste van de in totaal 16 grafstenen staan -net als meer dan 5000 jaar geleden- rechtop en steken opmerkelijk ver boven de grond uit. De dekkende stenen zijn ook in zeer goede staat gebleven, zij zijn slechts gedeeltelijk in de 17×3 meter grote ruimte gezakt. Sinds 1990 zijn er tijdens werkzaamheden regelmatig losse brokstukken van aarden vaten – toenmalige grafoffers- gevonden.

Antoniuskirche Wahn

Bij het dorpje Wahn stond een kerk, de Antoniuskerk. De bouw was begonnen in 1923. In die tijd waren de bossen in de omgeving militair oefenterrein. Dat is nu nog steeds zo.  Maar er wordt niet zo heel veel geoefend, dus je kunt meestal het terrein wel op, het staat goed aangegeven. Maar in 1942 was er blijkbaar wel te weinig schiet terrein en dus werden in opdracht van Hitler zowel het dorp als de kerk platgegooid. Het dorp vind je nauwelijks terug, maar de fundamenten van de kerk zijn onlangs weer uitgegraven en vanuit de lucht goed zichtbaar. Het lijkt nu vooral een plek waar je je hond kunt uitlaten, je moet echt uitkijken waar je loopt. Een keer per jaar wordt een open lucht mis gehouden aldaar.